Autonome bussen: "science-fiction" of een goede vorm van openbaar vervoer?

Door: Timothy de Vreede

Op 25 September 2025 organiseerde Railforum een evenement rondom de MARTHA bus in Rotterdam. De MARTHA is niet zomaar een bus. Het is een autonome bus. Het voertuig opereert tussen Rotterdam The Hague Airport en het Rotterdamse metrostation Meijersplein, en functioneert op deze manier als first- en last-mile openbaar vervoer, met name voor reizigers die per vliegtuig hebben gereisd of gaan reizen. De MARTHA is de eerste bus die in Nederland autonoom rijdt. Waarom is dit bijzonder?

Ritje met de MARTHA
Ritje in de MARTHA tijdens het Railforum evenement van 25 September 2025.

Een autonome bus, wat is dat eigenlijk?
Als het gaat om voertuigen die uit zichzelf taken uit kunnen voeren, is er een verschil tussen geautomatiseerd rijden en autonoom rijden. Tegenwoordig zijn heel veel van onze voertuigen deels geautomatiseerd: ze kunnen bepaalde taken zelf uitvoeren. Denk aan taken zoals lane keeping assist of adaptive cruise control.

Maar er zijn nog maar weinig van onze voertuigen autonoom. Een autonoom voertuig rijdt zelf, zonder dat er menselijke handelingen nodig zijn. De MARTHA is een voorbeeld van een autonoom voertuig, ook al rijdt deze nog met een “safety driver”. De safety driver is een persoon die achter het stuur zit om in te grijpen, mocht het nodig zijn. Dit is echter sinds Juli 2025 (wanneer de MARTHA is begonnen met het rijden van ritten) maar een paar keer nodig geweest. De MARTHA is de eerste autonome bus die in Nederland op de openbare weg rijdt. Het doel van de MARTHA is om te leren wat er nodig is, om in de toekomst in Nederland autonome bussen structureel onderdeel te laten zijn van het OV-systeem.

In de Verenigde Staten zijn autonome voertuigen al jaren onderdeel van de stedelijke mobiliteit. In meerdere grote Amerikaanse steden rijden al sinds het vorige decennium autonome taxi’s. Deze rijden ook zonder safety driver.

Waarom zijn autonome bussen belangrijk voor de toekomst?
Autonome voertuigen komen eraan, volgens experts. Dit kan betekenen, dat er autonome privé-voertuigen komen, of dat er autonome taxi’s komen zoals in de Verenigde Staten. De komst van autonome auto’s zou ervoor zorgen dat mensen vaker auto gaan rijden, omdat autorijden hiermee nog voordeliger wordt: het is namelijk niet meer nodig om zelf te rijden. In plaats daarvan, zal het mogelijk zijn om te werken, een film te kijken, of zelfs te slapen tijdens de dagelijkse autorit.

Hierdoor zouden mensen meer per auto gaan reizen, en dit komt met nadelen: meer files, meer geluidsoverlast, een onveiligere straat voor voetgangers en fietsers, en een grotere afhankelijkheid van de auto. Als onze infrastructuur ook nog aangepast zou worden om meer (autonome) auto’s te accommoderen, zal dit blijvende gevolgen hebben voor hoe onze steden eruit zien, en hoe we ze ervaren (denk aan minder ruimte voor mensen; minder ruimte voor groen; minder ruimte voor woningen, winkels en restaurants).

Maar waar autonome privé-voertuigen problemen zullen brengen, brengt de autonome bus oplossingen. Er zijn meerdere voordelen van autonome bussen: exploitatiekosten gaan fors omlaag (omdat er geen chauffeurs meer nodig zijn), toegankelijkheid en frequentie worden verbeterd in gebieden waar dit nu nog niet optimaal is (personeelstekort speelt namelijk geen rol meer) en de verkeersveiligheid wordt verbeterd (studies hebben bewezen dat een autonoom voertuig ruim 80% minder kans heeft om betrokken te zijn bij een ongeluk, dan een voertuig dat bestuurd wordt door een mens).

Dankzij deze voordelen zouden autonome bussen het openbaar vervoer in Nederland kunnen verbeteren, waardoor het gebruik van auto’s af zou kunnen nemen (als dit goed wordt aangestuurd door middel van proactief (prijs/tarief) beleid). Maar als autonome bussen zo voordelig zijn, dan komt de vraag op: waarom rijden ze nog niet in onze steden?

Wat is er nodig, om in de toekomst autonome bussen te zien rijden in Nederland?
Er zijn nog meerdere “obstakels” als het gaat om het proces van ontwikkeling van autonome bussen, maar het is belangrijk om te melden dat er wel ambitie is vanuit de betrokken partijen, en dat deze ambitie de laatste jaren ook groeit.

Autonome bussen zijn nog een vrije jonge innovatie. Er zijn steeds meer voorbeelden van zulke voertuigen die rijden, maar het blijft gelimiteerd. In Noorwegen rijden er wél al autonome bussen bijvoorbeeld, inmiddels ook zonder safety driver. Maar in Nederland zijn de voertuigen nog niet goedgekeurd om op de openbare weg te rijden (behalve voor specifieke tracés bij bepaalde pilots), en dat is logisch: autonome bussen kunnen op dit moment alleen nog maar rijden op routes die volledig geprogrammeerd zijn in hun systeem. Als de MARTHA dus op een weg geplaatst zou worden die niet in het systeem is geprogrammeerd, kan het voertuig simpelweg niet rijden.

Om de technologie te laten groeien is er meer samenwerking nodig tussen partijen, zeggen experts en stakeholders: vervoersautoriteiten zouden meer pilots kunnen beginnen, de landelijke overheid zou bepaalde wetten aan kunnen passen om dit makkelijker te maken, en de Europese Unie zou landen kunnen stimuleren om meer kennis met elkaar te delen door middel van het opzetten van kernteams en samenwerkingsverbanden. Een sterk “systeem van innovatie” zou opgezet kunnen worden, waarin er gewerkt zou worden aan het implementeren van een lange termijn visie (autonome bussen in onze steden structureel inzetten) door middel van korte termijn oplossingen (“leren door te doen” via verschillende soorten pilots).

Autonome bussen zijn dus geen “science fiction”. Er wordt al mee geëxperimenteerd en overheden willen de innovatie gaan gebruiken om het openbaar vervoer te verbeteren. Echter is er een sterkere samenwerking nodig, om de ambitie die er nu is, te richten naar concrete veranderingen in ons OV-landschap.

Lees hier het volledige onderzoeksrapport van Timothy de Vreede