Door: Jan van Selm
Veel van onze werkzaamheden als Samenwerkingsverband DOVA zijn niet direct zichtbaar voor OV-gebruikers en ook maar beperkt voor collega’s die hun werkzaamheden direct richten op OV-gebruikers. Zij spelen zich als het ware ‘onder de OV-oppervlakte’ af. En laten zich goed vergelijken met grondbewerking, funderingswerkzaamheden en het aanleggen van kabels, leidingen en buizen. In deze column in onze 40ste DOVA-nieuwsbrief aan de hand van deze metaforen een rondgang onder de OV-oppervlakte.
Corona en zijn nasleep dwongen en dwingen ons als OV-sector tot heroriëntaties. Na 20 jaar ontwikkeling en (uitbundige) groei die met de Wet personenvervoer 2000 werd ingezet, kwam in 2020 de omslag. Tot de dag van vandaag zien we minder OV-reizigers, minder OV-aanbod en lagere klantwaarderingen dan in 2019. De ‘ist’-situatie. Tegelijk omarmen Kabinetsnota’s als de ‘Ontwerp Nota Ruimte’ principes als nabijheid, participatie voor iedereen, benutting en bereikbare regio’s. En hiervoor is goed functionerend OV, dat door steeds meer mensen gewaardeerd en gebruikt wordt, een onmisbaar element. De ‘soll’-situatie. Het nu wel heel zichtbare verschil tussen ‘ist’ en ‘soll’ zullen we de komende jaren weg moeten werken. Deels ook door tal van werkzaamheden ‘onder de OV-oppervlakte’.
‘Grondbewerking’
Elke agrariër zal beamen dat betere grond tot betere oogst leidt. Zoals er in de landbouw tal van doelen en methoden van grondbewerking zijn, zijn we ook in het OV op diverse manieren doende ‘onze grond’ te verbeteren:
Onze inhoudelijke bijdragen aan PA-activiteiten van de decentrale OV-overheden komen voort uit het feit dat OV-beleid in Nederland (anders dan in vele buitenlanden) wordt gevoeld als een I&W-onderwerp, dat het Kabinet vooral geld kost. We zoeken doorlopend naar manieren om de brede maatschappelijke baten van OV voor het voetlicht te krijgen.
Het programma ‘Trots op ons OV (werktitel)’ richt zich op verbetering van het imago van het OV in Nederland. Inspiratie daarvoor vinden we bijvoorbeeld in Zwitserland en Berlijn, waar het sterke OV-imago een goede voedingsbodem vormt voor werving van OV-gebruikers en -werknemers, en (parlementaire) bereidheid tot grote investeringen in OV.
Het kennisprogramma ‘Vanzelfsprekend OV voor reizigers’ dat we samen met de TU Delft voorbereiden moet ertoe leiden dat we in het OV veel structureler toepassing geven aan klantgerichte ontwerpprincipes. Door wetenschappelijke kennis te ontwikkelen en deze te verspreiden. Waarbij de (student-)onderzoekers van nu het in kennis gedrenkte beleidskader en wie weet (top)management van morgen kunnen vormen.
‘Funderingswerkzaamheden’
Zonder goede fundering is geen gebouw een lang leven beschoren. Waar funderingsproblemen ontstaan moeten die worden aangepakt. Ook in het OV hebben we te maken met fundamenten en fundamentele vraagstukken:
De bekostiging van OV-infrastructuur verloopt in Nederland fundamenteel anders dan in de meeste andere landen. Hier ‘concurreren’ OV-investeringen met alle andere jaarlijkse (rijks-)begrotingsuitgaven. In andere landen worden investeringen in OV juist gezien als zeer lange termijn-structuur-investeringen met langjarige grote maatschappelijke baten. In Frankrijk bijvoorbeeld hanteert men daarom afschrijvingstermijnen tot 100 jaar, en beschikt men via een baatbelasting (‘Versement Transport’) ook over een van de jaarlijkse overheidsbegroting losgekoppelde bron van bekostiging en aflossing/rente
Ook het OV-systeem of- stelsel is een fundament. Overigens acht ik de Wp2000 juist een zeer stevig juridisch fundament onder ons OV. Niets is onderhoudsvrij, maar de Wp2000 zorgt in hoofdlijnen voor een goede ‘checks and balances’ tussen centraal en decentraal, en tussen publiek en privaat. Vooral te koesteren!
Wel is het zo dat als OV straks onderdeel wordt van Publieke Mobiliteit we als overheden opnieuw moeten kijken naar nutsfuncties als reisinformatie en betalen, die nu volledig in aandeelhoudershanden zijn van concessiehoudende OV-bedrijven.
Daarnaast heeft de Wp2000 sluipenderwijs geleid tot een doorlopend streven naar steeds groter kostendekkendheid van ons OV. Veel buitenlanden hebben meer oog hebben voor OV als nutsfunctie. En beperken de tarieven voor reizigers. We werken daarom actief mee aan het komende I&W-onderzoek naar ‘OV-betaalbaarheid’.
‘Leidingen en buizen’
Onder onze voeten bevinden zich ook tal van kabels, buizen en leidingen, voor energiedragers, voor de aan- en afvoer van water en riolering en voor media-aansluitingen. Leidingen en buizen van het OV’ zijn bijvoorbeeld nodig voor:
Alle datastromen en alles wat daarbij komt kijken. Dagelijks werk van de collega’s van OV-data. Veelal onzichtbaar, maar volstrekt onmisbaar voor reisinformatie en steeds verdere verbetering van het OV, via Informatie Gestuurd Werken, waar we stap voor stap steeds beter in worden.
Doorlopende verspreidingsstromen van kennis en know-how, eveneens onmisbaar, en binnen onze OV-campus vooral de expertise van de collega’s van CROW.
Elektriciteitsopgaven, waar OV een grote energievrager is en werkt naar ZE in 2030. We werken daarom actief mee aan het programma Netcongestie en OV.
Dat werken ‘onder de OV oppervlakte’ noodzakelijk is en fundamenteel voor toekomstige resultaten (lees: hernieuwde groei van het OV) zullen weinigen ontkennen. Tegelijk blijft bij dit soort werkzaamheden voor de gezamenlijke decentrale OV-autoriteiten altijd wel een beetje het gezegde ‘uit het oog uit het hart’ op de loer liggen. En blijven vragen ‘wat het dan direct oplevert’ lastig te beantwoorden. Er over praten geeft inzicht en draagvlak merk ik. Vandaar deze misschien wat atypische column in DOVA-nieuwsbrief 40.